Belangrijke vragen die reeds zijn voortgevloeid uit de seminaries over de films van Pedro Costa: Welk project ga ik bedenken? En wat is de realtie van dat project met de realiteit van Genk?
Het kan maar iets met Genk te maken hebben als het iets met mezelf te maken heeft. Ik moet jezelf in de conditie plaatsen om iets te kunnen doen. Niet enkel de kracht is nodig, maar ook een inbreng van mijn eigen verleden. Het gaat om het vinden van Genk, de buurt vinden. Maar belangrijker nog een project vinden. De projectvorm die we moeten bedenken is iets anders dan al datgene wat er al is. Het maken van een pedagogisch project is niet een herhaling van de pedagogische instrumenten die er al bestaan, wel het gebruik van bepaalde van deze elementen maar dan op een andere manier. Om dat te kunnen doen moet je met jezelf ook een aantal zaken doen om een soort toegang te hebben tot Genk. De manier waarop we in Genk geweest zijn is een manier geweest om een soort toegang te vinden, via een manier die niet voor de hand ligt bepaalde nieuwe toegangen vinden tot Genk.
De meeste commerciële films zijn gemaakt zodat je jezelf zou herkennen waardoor er een soort van gemak ontstaat. Maar Costa en zijn films doen je op bepaalde manier vervreemden van jezelf. Je voelt jezelf niet op je gemak en bent niet gewend naar dergelijke beelden te kijken.
Mogelijke vraag hierbij; Is er dan nog een verschil tussen cinema maken en pedagogiek uitoefenen?Als er een realiteit in beeld gebracht wordt, wordt deze grens kleiner.
!? Vraag: Welke relatie hebben wij met Genk? Zeer goed over deze vraag nadenken want ik dien deze relatie te hebben om tot een oplossing te komen.
Costa kwam ook binnen in die wijk en verwierf een soort van band met deze wijk. Het hebben rondgelopen hebben in Genk is een eerste occasotionele setting waarin dergelijke relatie kon ontwikkeld worden. We moeten iets vinden dat ons bind. Het vinden van een ‘uitnodiging’ door ons te begeven in dergelijke occasionele setting.
Cinema maken is hier een vorm die gegeven werd aan de uitnodiging die Costa kende met dit dorp. Dergelijke vorm dienen we ook in Genk te vinden om vorm te geven aan de uitnodiging die we daar hebben gekregen.
Vraag die we onszelf moeten stellen is: Doen we recht aan Genk en aan de inwoners van Genk door de manier waarop we denken over Genk?
De eerste film die Costa in die wijk maakt, maakt hij gebruik van de wijk om zijn project te maken. Hij doet hier dus geen recht aan de wijk. Want hij laat de echte wijk niet daadwerkelijk spreken. Pas in de tweede film doet hij recht aan de wijk. Zijn wij in Genk nog bezig aan de eerste film of al aan de tweede?
In zekere zin voelen wij ons in Genk weinig uitgenodigd om het er net zo doods was maar in een andere zin is dit net juist de uitnodiging die we gekregen heb. Misschien wel om een of andere nieuwsgierigheid naar hoe het beter kan. Genk als Fascinatie van de leegte. Waar wordt er geleefd in dergelijke plek en hoe kunnen we deze leegte vullen? Misschien kom je wel uit bij de pedagogische instellingen. Maar is er andere manier van leven mogelijk die het minder leeg maken? Het pedagogische anders inzetten waardoor Genk terug leven wordt ingeblazen.
Als pedagagoog moet je niet datgene wat je in verleden geleerd hebt zien als een last en dit moment als een manier van anders MOETEN kijken. Enerzijds geeft datgene wat we vroeger geleerd hebben ons een instrumentenkit die we kunnen gebruiken, eventueel op een andere manier, en anderzijds geeft het ons de nodige kennis om het pedagogische te begrijpen, ook al hebben we kritiek op de standaardmethoden van de pedagogiek. Je moet de pedagogische wereld op bepaalde manier bewonen.
In de films van Costa staan alle deuren open en dat is een beetje gelijk hier de privacy helemaal weg is. Hij doet iets met die deuren die open staan en sluit ze niet.
Het maken van een film als project en alle elementen waar je op moet letten (zie bundel) moet ik ook mee nemen bij het denken over Genk.