woensdag 14 december 2011

Waar gaat onze samenleving op aan?

Waar gaat onze samenleving op aan? Dat was de vraag die ik mij vorige week stelde tijdens een conversatie met mijn broer over mijn ontwerp. Zeer veel mensen zijn vandaag enkel nog bezig met hun eigen project. Ze willen er voor zorgen dat ze zelf gesetteld zijn, genoeg geld hebben en gelukkig zijn maar wat maakt ons gelukkig? Het werken aan onze eigen projecten? Het hebben van veel geld? Het achter je computer zitten en praten met mensen die je amper kent? 1000 vrienden hebben op Facebook? Is het datgene waar we vandaag voor leven? Thuis komen van ons werk, achter onze computer kruipen of nog erger, gelijk workaholics 24u lang bezig zijn met werken zonder oog te hebben voor onze naasten? Zijn we niet teveel opgeslorpt in de de ideologie van het kapitalisme?  Is dit hetgeen waar het leven rond draait? Zijn dit de echte waarden van het leven? Ik betwijfel het ten zeerste. 

Het lijkt wel of heel wat mensen het idee van 'community', samenleven en lief hebben van onze naaste (onze naaste meer als alleen onze direct familieleden) vergeten zijn. Als we dit aan mensen vertellen, is de kans dat ze de redenering gelijk geven reëel maar of men er daadwerkelijk iets aan zal doen betwijfel ik. Misschien dat mensen confronteren met deze gedachte helpt, dit is een van de zaken waar ik verder naar op zoek ga. 

Genk als parallel voor een 'filmproject'


Belangrijke vragen die reeds zijn voortgevloeid uit de seminaries over de films van Pedro Costa: Welk project ga ik bedenken? En wat is de realtie van dat project met de realiteit van Genk?  
Het kan maar iets met Genk te maken hebben als het iets met mezelf te maken heeft. Ik moet jezelf in de conditie plaatsen om iets te kunnen doen. Niet enkel de kracht is nodig, maar ook een inbreng van mijn eigen verleden. Het gaat om het vinden van Genk, de buurt vinden. Maar belangrijker nog een project vinden. De projectvorm die we moeten bedenken is iets anders dan al datgene wat er al is.  Het maken van een pedagogisch project is niet een herhaling van de pedagogische instrumenten die er al bestaan, wel het gebruik van bepaalde van deze elementen  maar dan op een andere manier. Om dat te kunnen doen moet je met jezelf ook een aantal zaken doen om een soort toegang te hebben tot Genk. De manier waarop we in Genk geweest zijn is een manier geweest om een soort toegang te vinden, via een manier die niet voor de hand ligt bepaalde nieuwe toegangen vinden tot Genk.

De meeste commerciële films zijn gemaakt zodat je jezelf zou herkennen waardoor er een soort van gemak ontstaat. Maar Costa en zijn films doen je op bepaalde manier vervreemden van jezelf. Je voelt jezelf niet op je gemak en bent niet gewend naar dergelijke beelden te kijken.
Mogelijke vraag hierbij; Is er dan nog een verschil tussen cinema maken en pedagogiek uitoefenen?Als er een realiteit in beeld gebracht wordt, wordt deze grens kleiner. 

!? Vraag: Welke relatie hebben wij met Genk? Zeer goed over deze vraag nadenken want ik dien deze relatie te hebben om tot een oplossing te komen.

Costa kwam ook binnen in die wijk en verwierf een soort van band met deze wijk. Het hebben rondgelopen hebben in Genk is een eerste occasotionele setting waarin dergelijke relatie kon ontwikkeld worden. We moeten iets vinden dat ons bind. Het vinden van een ‘uitnodiging’ door ons te begeven in dergelijke occasionele setting.
Cinema maken is hier een vorm die gegeven werd aan de uitnodiging die Costa kende met dit dorp. Dergelijke vorm dienen we ook in Genk te vinden om vorm te geven aan de uitnodiging die we daar hebben gekregen.

Vraag die we onszelf moeten stellen is: Doen we recht aan Genk en aan de inwoners van Genk door de manier waarop we denken over Genk?
De eerste film die Costa in die wijk maakt, maakt hij gebruik van de wijk om zijn project te maken. Hij doet hier dus geen recht aan de wijk. Want hij laat de echte wijk niet daadwerkelijk spreken. Pas in de tweede film doet hij recht aan de wijk. Zijn wij in Genk nog bezig aan de eerste film of al aan de tweede?
In zekere zin voelen wij ons in Genk weinig uitgenodigd om het er net zo doods was maar in een andere zin is dit net juist de uitnodiging die we gekregen heb. Misschien wel om een of andere  nieuwsgierigheid naar hoe het beter kan. Genk als Fascinatie van de leegte. Waar wordt er geleefd in dergelijke plek en hoe kunnen we deze leegte vullen? Misschien kom je wel uit bij de pedagogische instellingen. Maar is er andere manier van leven mogelijk die het minder leeg maken? Het pedagogische anders inzetten waardoor Genk terug leven wordt ingeblazen.

Als pedagagoog moet je niet datgene wat je in verleden geleerd hebt zien als een last en dit moment als een manier van anders MOETEN kijken. Enerzijds geeft datgene wat we vroeger geleerd hebben ons een instrumentenkit die we kunnen gebruiken, eventueel op een andere manier,  en anderzijds geeft het ons de nodige kennis om het pedagogische te begrijpen, ook al hebben we kritiek op de standaardmethoden van de pedagogiek. Je moet de pedagogische wereld op bepaalde manier bewonen.
In de films van Costa staan alle deuren open en dat is een beetje gelijk hier de privacy helemaal weg is. Hij doet iets met die deuren die open staan en sluit ze niet.

Het maken van een film als project en alle elementen waar je op moet letten (zie bundel) moet ik ook mee nemen bij het denken over Genk.

woensdag 30 november 2011

Passie als aansteker?

Passie als aansteker?

Wanneer komen mensen wel nog buiten/ van achter hun computer vandaan? Dit was de vraag die me al meerdere dagen door men hoofd spookt.
Als je op zoek gaat naar ‘initiatieven/ ontwerpen’ die werken, merk je dat er niet geweldig veel zijn. Als ik naar concrete voorbeelden zoek denk ik aan Mo Laforce en haar jongerengemeenschap, Juvat van sytycd en zijn dansschool/gemeenschap, Streetkings van Anthony, Speakerscorner in Londenpark met de redenaars, idieh musicsynergy etc. Dit zijn kleinere gemeenschappen waarbij mensen elkaar vakker zien, maar verder wordt gemeenschap ook gestimuleerd door eenmalige jaarlijkse evenementen, denk aan grootschalige evenementen als pukkelpop, I love techno, muzikantendag, wat allemaal evenementen zijn die ‘de muziekliefhebbers’ naar buiten lokken. Maar zo zijn e rook de boekenbeurs, etc. Mensen die allemaal werken /samen komen rond een bepaalde passie.
Twee belangrijke elementen zijn aanwezig: Passie en een voorbeeldfunctie.
Je kan in mijn eigen mensen alleen maar stimuleren en ‘verheffen’ door hen te doen inzien hoe het moet, hen een voorbeeld te stellen.
Als je geen mensen vind die zich inzetten voor de volle 100% voor een bepaald iets en het zien als een verplichting, zal het 9 op de 10 niet werken. Zo mag er wel infrasturctuur en geld aanwezig zijn, maar er is meer nodig dan dat. Zonder ziel kan iets niet leven en deze ziel vinden we in de passie die belichaamt wordt door een bepaalde persoon of groep.
Missen we gepassioneerde mensen missen we in Genk? Er zijn zeer veel initiatieven aanwezig, geld is er genoeg, de infrastructuur is er en toch is er iets dat happert, iets dat niet werkt. Zeer opvallend was dat het aanwezige jeugdhuis niet open was in het weekend. Is dit omdat er geen bezielers zijn?  Werken de instellingen in Genk niet omdat er te weinig gepassiooneerde mensen achter deze initiatieven zitten?

Ik zie een hedendaagse volkshogeschool als een gemeenschap die gecreërd word rond een bepaalde iets en waarbinnen enerzijds men werkt rond bepaalde thema’s die het samenleven bevorden en anderzijds er getracht wordt het volk te verheffen.

Het idee is gebaseerd op plaatsen waar mensen konden samenkomen , plaatsen die hier special toe diende en die je vandaag nog maar zeer weinig ziet namelijk ontmoetingsplatden zoals deze bestonden tijdens de tijd van de Grieken. Op deze plekken werd er gesproken en gediscussieerd over bepaalde gedeelde interesses. De bekende inspiratiebronnen zijn Plato, Socrates en hun volgelingen.
Deze plaatsen zijn in Genk in mijn ogen niet/ weinig te vinden. Deze plaatsen zouden vroeger ook niet hebben gewerkt indien er geen gepassioneerde mensen zouden aanwezig zijn geweest.
Als men iets wilt doen aan de problemen die zich in Genk bevinden en men de jongeren wilt verheffen, zullen deze geinspireerd/ gepassioneerd moeten worden want gemeenschappen vormen zich rond een passie.  Voorbeeld moeten zich niet veraf bevinden maar kunnen zich net ook dicht bij bevinden.  Ze moeten niet dermate groot zijn of bekend maar net haalbaar dicht bij, voelbaar. Jongeren moeten gehaald worden door hen te laten zien dat het anders kan. Hier worden de technieken van de participatie benadering belangrijker (respect, etc.).

Dan is het nog het virtuele aspect dat vandaag o zo belangrijk is geworden. Je zou dit hele virtuele gebeuren ook kunnen beschrijven a.d.h.v. termen als gemeenschap. Ik spreek dan over ‘de digitale gemeenschapen’. De digitale gemeenschappen zijn op verschillende manieren op te vatten. Je kan ze zien als deelgemeensch van een grotere gemeenschap, als een deel van de acitiviteiten die zich online afspelen i.p.v. via samenkomsten. Zo delen bijvoorbeeld bepaalde ideëen en informative via online disussiefora of via bepaalde facebookgroepen muzikanten maar zo creëeren ook studenten een soort van community online die deel uitmaakt van hun heel studiegebeuren.
Anderzijds vallen dergelijke virtuele  gemeenschappen ook te bezien als aparte en zeker in als een andere soort gemeenschap. Dit omwille van bepaalde aspecten die zo verschillende zijn van de gemeenschap gelijk we die kenden vroeger. Zo zijn de relaties veel onpersoonlijker, zijn de sociale grenzen zo goed als helemaal vervaagd en heersen er andere soort normen en waarden. (onderbouwen via onderzoek). Mensen verkrijgen via deze weg een breder netwerk van contacten maar tegelijker tijd is er het idee des te breder is des te onpersoonlijker.
Mensen komen vaak enkel buiten als het functioneel is (Vb. Boodschappen, verplichtingen, werk, etc.) en als ze hun passie willen delen + als ze daar de kans toe achten op een bepaalde ‘plaats’ dat hen aanspreekt.

·      Doel 1: Gepassioneerde mensen vinden die zich willen engageren.
·      Doel 2: Setting uitdenken waarin deze moeten werken.

Ruimte/ infrastructuur geven is niet voldoende.

Het is niet de bedoeling enkel in te spelen op de interesses maar alles te gebruiken dat enigsinds als het raakpuntkan fungeren bij hun interesse.
Zo moeten hiphoppers niet enkel in aanraking komen met hiphop maar met alle mogelijk dansen. Ze moeten leren opstaan tot. Het gaat erom een bepaalde houding te creëeren bij deze jongeren die hen aanzet om iets van hun leven te maken.

Hoe hen samenkrijgen?
We moeten jongeren gaan opzoeken op straat, op plaatsen waar ze het niet verwachten. Er moet een soort van shock effect gecreërd worden dat de jongeren nieuwsgierig maakt. Ze moeten getriggert worden op verschillende manieren, gebruik makend van de manier van en samenwerkend met kunstenaars. We moeten iets gebruiken dat hen inspireert (filmpje, muziek, dans, etc.) Ik denk dan in eerste instantie  bijvoorbeeld aan een samenkomst op straat in bijvoorbeeld elke dinsdag- en donderdagmiddag op het stadsplein of aan de schoolpoort. Ze moeten zien dat degene wat hen willen bij elkaar krijgen zelf gepassioneerd zijn. 



Hoe zien we de relaties die er vandaag de dag binnen de community heersen?
Ook onze relaties veranderen. Zoals hierboven al aangehaald wordt het network voor velen steeds breder maar tegelijk ook onpersoonlijker. Waar je vroeger Jantje van de Bakker had is het vandaag Liesje met 2000 vrienden op facebook. Door de multiculturalisering en de processen die daarrond hangen zijn vele van onze relaties vandaag oppervlakkiger geworden, en dit is ook het geval binnen de community. Mensen offeren minder op om deel te nemen hieraan en hebben vaak constant hun eigen project in het achterhoofd. Dit zorgt er voor dat mensen zich vaak niet 100% engageren, ze nemen weld eel en vinden het tod maar op het moment dat hun eigen project in gedrang komt zet men een stapje terug. We leven vandaag dan ook in een ander soort community, mogelijk te benoemen als de ‘.. community’. Of we de relaties die we 10-20j terug hadden met verschillende leden van de gemeenschap terug kunnen benaderen is maar de vraag? Volgens mij zal de samenleving nooit meer dezelfde zijn en ligt de taak van de pedagoog erin gemeenschap te herschapen, te bekomen en de teloorgang van de gemeenschap zoveel als mogelijk af te remmen.


Kernwoorden:
Op straat
Passie
Jongeren

Elementen:
On stage
Stage verplaatsen
Respect geven
Triggeren om hen te motiveren.
Virtueel


(Voor de lezers: deze tekst is geschreven als uitleg van wat mij idee was over datgene wat er schort in Genk, naar mijn vriendin toe. Dit om mezelf in te schatten of een buitenstaander hij zou begrijpen. Vandaar het schrijven naar de lezer toe.)

maandag 28 november 2011

Participatieve methoden


Participatieve technieken

1. Groepswerk over buurtvaderschap – Els van den Buys
Waarom?
Mijn doelgroep zijn de jongeren

Opvallende uistpraken?
“De jongeren hebben het niet gemakkelijk. Zij worden overal weggejaagd. Wij doen dat niet. We spreken hen aan en halen hen naar binnen. De jongens zijn dat niet gewoon. Dat is nieuw voor hen.”
“Waarom het met Turkse en Marokkaanse jongens vaak misloopt is omwille van verschillende opinies.” (die een visie hebben op hoe te leven)

“Vijf keer per dag bidden is totaal geen probleem, maar kinderen stimuleren om naar school te gaan, dát is er te veel aan.”
Er moet een mentaliteitsverandering plaatsvinden bij veel ouders, vinden de buurtvaders. Zie ook artikel Genk met negatieve evaluatie ouders.
“Kinderen merken heel snel of ouders belang hechten aan onderwijs en zullen dit dan zelf ook belangrijk gaan vinden.”
“Sommige jongens komen van Turkije naar hier, volgen zes maanden taallessen en ze hebben werk. Onze jongeren zijn hier geboren en tóch hebben ze geen werk. ”
“Je moet je niet moeien, Marokkaanse ouders nemen dat niet” en “Opvoedingszaken moeten binnenshuis blijven”. (= Problematisch voor volkshogeschool)
“Als ik een Marokkaanse jongen aanspreek, dan luistert hij, want ik ken zijn vader. De Turkse jongeren luisteren niet naar ons, we kennen hun vaders ook niet.”
Marokkaanse jongeren worden op weinig plaatsen voor vol aanzien. Ze vechten tegen een negatieve beeldvorming op school en in de wijdere omgeving. Maar ook thuis worden ze „klein gehouden.
De jongere buurtvaders hebben een grotere kennis van de leefwereld van de jongeren. Zij zien een verband tussen enerzijds het gebrek aan respect dat jongeren zelf ervaren thuis en daarbuiten en anderzijds de overlast die jongeren veroorzaken buiten het gezin en de school.
Respect moet je verdienen, door eerst zelf respect te geven aan de jongeren.
“Als ik achteraf terugkijk naar de weg die we hebben afgelegd met de vaders, dan wordt me steeds duidelijker dat ik als begeleider heb onderschat dat de verschillen waarop ik botste zo gevoelig lagen” (o.a. oudere vs jongere generaties)
“Je moet ouders aanspreken vanuit bezorgdheid, het is belangrijk dat ouders voelen dat je met hen meeleeft. Zo gaan ze je aanvaarden en gaan ze sneller informatie van je aannemen. Als je ouders aanspreekt, moet je dit altijd één op één doen. Je moet hen ook de zekerheid geven dat de informatie niet verspreid wordt.”
 Een benadering waarin dialoog voorop staat! (Zie verder)
“Een werkpunt voor de toekomst is het inzetten van de verschillen op een constructieve manier: het gaat immers om een wijk met verschillende jongerengroepen die gebaat zijn met een verschillende aanpak. Er moet dus werk gemaakt worden van diversiteit en niet van uniformiteit in aanpak binnen de vadergroep.”
Wat neem ik mee?
Ik vertrek naar Genk en ik neem mee:
        Dat bij het lezen van het artikel in de Genkenaar er volgens mij grote gelijkenissen zijn tussen Meuleberg en Genk. Misschien dat het in Genk wel niet zo extreem is. Ook hier geven de jongeren aan dat ze niet voldoende ondersteunt worden en dat er te weinig respect is voor de jongerencultuur. Aangezien de regel is respect krijgen = respect geveen en andersom, kan dit dus wel voor problemen zorgen. De jongeren geven stevens aan dat het stadscentrum niet aantrekkelijk genoeg is. Dit vind ik wel een opmerkelijke bevinding aangezien er voor de jongeren zeer veel verschillende instellingen (jeugdhuizen, etc.) zijn opgericht waar tijdens ons verblijf zeer weinig volk aanwezig was. Er wordt als advies aangegeven meer de noden van de jongeren te voorzien. Dit neem ik persoonlijk met een korrel zout als ik deze bevinding vergelijk met datgene wat ik gezien heb, maar het geef toch weer aan dat niet iedereen zich thuis voelt binnen deze stad.
       Dat het niet eenvoudig gaat zijn om deze jongeren aan te spreken rechtstreeks, want ik ‘ken hun vader niet’ en dat ik ga moeten gebruik maken van een ‘vertrouwd’ of aanlokkelijk medium.
       Het zou misschien goed zijn een code uit te werken
       Dat er een spanning is tussen de oude en jongere generaties
       Verschil positief benaderen (ook gehaald uit de sessie van participatie), respect tonen.
-> de eerste stap is een manier uitdenken waarop de jongeren benaderd kunnen worden.
       Eventueel in een verder stadium met ‘teambuildingactiviteiten’ werken.
       Uit sessie maandag systeemtheorie: analyse op juiste niveau maken: niet altijd denken in termen van
     individuen, ook groter systeem kan fout zijn en in dit geval is het de volledige Genkse gedachtengang (ouders!)
       Erkenning geven aan de inspanningen die de persoon doet.
      Er moet bepaalde sfeer gecreeërd worden.
      Leven de genkse jongeren via bepaalde systeemregels? Hoe zetten ze deze om online? Denk maar aan de taal (méh), kledij (petjes)
=> Uit mijn analyse die ik aan het maken ben van Genk bleek dat jongeren in genk zich op verschillende manieren  trachten ‘on stage’ te zetten, misschien net omdat ze te weinig erkenning krijgen o.a. van hun ouders, van de samenleving, etc. Het virtuele is daar een belangrijke ondersteuning in omdat dit vandaag de dag zeer eenvoudig gaat. Dit is dan ook zeer aantrekkelijk voor hen. Er zal eindelijk iemand ‘om’kijken naar hen. Ze voelen zich misschien soort van uitschot. Dit lees je ook in de tekst van van den Buys. Door in de eerste plaats hen te benaderen met respect en begrip voor hun situatie, door te erkennen kan er dan een positieve verandering bekomen worden. De erkenning zou dus ook op een of andere manier in ‘real life’ bekomen moeten worden. Dit is de eerste belangrijke stap die gezet dient te worden.  
Belangrijke vraag vandaag: Hoe, in tijd waar individuen centraal worden gesteld, gemeenschap terug trachten centraal te stellen?
Identiteitstheorie: hoe kom ik over? Wat denkt de ander van mij in de maatschappij? (openbare erkenning). Hoe de genkse jongeren erkennen? Ze moeten voelen dat ze gewaardeerd worden en dan pas kan er gewerkt worden aan bepaalde zaken.
Ze hangen misschien niet meer op straat gelijk enkele jaren gelden maar zijn nu vooral virtueel actief en trachten nu via deze weg gezien te worden.
Besluit: Probleem ligt dus op zeer veel vlakken in Genk namelijk, de band tussen de ouderen en de jongeren, de maatschappelijke benadering van het individu, het virtuele dat steeds meer aanwezig is, etc.
2. De inhoud van de tekst ‘EEN BREEDHOEKLENS OP WEERSTAND IN GROEPEN’, kan pas toegepast worden nadat het hierboven besproken process heeft plaats gevonden.
3. Converseren als opgave – Luc van den berge
Aanvullen

Short Notes ontwerp: Muziek: vb geen hiphop maar klassieke muziek dus ze verheffen op muzikaal vlak en van daaruit naar andere vlakken. Ze doen beseffen dat niet door belachelijk te doen maar door bepaalde andere zaken te doen, die bv niet enevoudig zijn, maar door te werken, erkenning te krijgen.

Voorbeeldfiguur die gepassioneerd is. Dit zijn de mensen die gevonden moeten worden.

Film: Take the lead ‘by taking the step’ – Liz Friedlaner (written by Dian Houston).

Ron clark story – the triumph.

De straat op in de zin van haal ze achter hun computer uit. (letterlijk was er niemadn op straat in Genk) Hoe? Via school want schoolplicht? Reclame via sociale media?
Reclame aan de schoolpoort bij wijze van spreken om half 4 als  trigger/shock zodat ze komen kijken en hen dan een voorbeeld laten zien via iets dat hun interesse wekt.

De lat niet gelijk met de grond maar net hoger dat de jongeren iets hebben om naar te striven maar ze er da nook erkenning voor geven en niet zomaar doen alsof het de normaalste zaak van de wereld is.

Gelijk Meneer St-Germain zei in een van zij nummers (Rose Rouge):

I want you to get together
Put your hands together one time!