woensdag 30 november 2011

Passie als aansteker?

Passie als aansteker?

Wanneer komen mensen wel nog buiten/ van achter hun computer vandaan? Dit was de vraag die me al meerdere dagen door men hoofd spookt.
Als je op zoek gaat naar ‘initiatieven/ ontwerpen’ die werken, merk je dat er niet geweldig veel zijn. Als ik naar concrete voorbeelden zoek denk ik aan Mo Laforce en haar jongerengemeenschap, Juvat van sytycd en zijn dansschool/gemeenschap, Streetkings van Anthony, Speakerscorner in Londenpark met de redenaars, idieh musicsynergy etc. Dit zijn kleinere gemeenschappen waarbij mensen elkaar vakker zien, maar verder wordt gemeenschap ook gestimuleerd door eenmalige jaarlijkse evenementen, denk aan grootschalige evenementen als pukkelpop, I love techno, muzikantendag, wat allemaal evenementen zijn die ‘de muziekliefhebbers’ naar buiten lokken. Maar zo zijn e rook de boekenbeurs, etc. Mensen die allemaal werken /samen komen rond een bepaalde passie.
Twee belangrijke elementen zijn aanwezig: Passie en een voorbeeldfunctie.
Je kan in mijn eigen mensen alleen maar stimuleren en ‘verheffen’ door hen te doen inzien hoe het moet, hen een voorbeeld te stellen.
Als je geen mensen vind die zich inzetten voor de volle 100% voor een bepaald iets en het zien als een verplichting, zal het 9 op de 10 niet werken. Zo mag er wel infrasturctuur en geld aanwezig zijn, maar er is meer nodig dan dat. Zonder ziel kan iets niet leven en deze ziel vinden we in de passie die belichaamt wordt door een bepaalde persoon of groep.
Missen we gepassioneerde mensen missen we in Genk? Er zijn zeer veel initiatieven aanwezig, geld is er genoeg, de infrastructuur is er en toch is er iets dat happert, iets dat niet werkt. Zeer opvallend was dat het aanwezige jeugdhuis niet open was in het weekend. Is dit omdat er geen bezielers zijn?  Werken de instellingen in Genk niet omdat er te weinig gepassiooneerde mensen achter deze initiatieven zitten?

Ik zie een hedendaagse volkshogeschool als een gemeenschap die gecreërd word rond een bepaalde iets en waarbinnen enerzijds men werkt rond bepaalde thema’s die het samenleven bevorden en anderzijds er getracht wordt het volk te verheffen.

Het idee is gebaseerd op plaatsen waar mensen konden samenkomen , plaatsen die hier special toe diende en die je vandaag nog maar zeer weinig ziet namelijk ontmoetingsplatden zoals deze bestonden tijdens de tijd van de Grieken. Op deze plekken werd er gesproken en gediscussieerd over bepaalde gedeelde interesses. De bekende inspiratiebronnen zijn Plato, Socrates en hun volgelingen.
Deze plaatsen zijn in Genk in mijn ogen niet/ weinig te vinden. Deze plaatsen zouden vroeger ook niet hebben gewerkt indien er geen gepassioneerde mensen zouden aanwezig zijn geweest.
Als men iets wilt doen aan de problemen die zich in Genk bevinden en men de jongeren wilt verheffen, zullen deze geinspireerd/ gepassioneerd moeten worden want gemeenschappen vormen zich rond een passie.  Voorbeeld moeten zich niet veraf bevinden maar kunnen zich net ook dicht bij bevinden.  Ze moeten niet dermate groot zijn of bekend maar net haalbaar dicht bij, voelbaar. Jongeren moeten gehaald worden door hen te laten zien dat het anders kan. Hier worden de technieken van de participatie benadering belangrijker (respect, etc.).

Dan is het nog het virtuele aspect dat vandaag o zo belangrijk is geworden. Je zou dit hele virtuele gebeuren ook kunnen beschrijven a.d.h.v. termen als gemeenschap. Ik spreek dan over ‘de digitale gemeenschapen’. De digitale gemeenschappen zijn op verschillende manieren op te vatten. Je kan ze zien als deelgemeensch van een grotere gemeenschap, als een deel van de acitiviteiten die zich online afspelen i.p.v. via samenkomsten. Zo delen bijvoorbeeld bepaalde ideëen en informative via online disussiefora of via bepaalde facebookgroepen muzikanten maar zo creëeren ook studenten een soort van community online die deel uitmaakt van hun heel studiegebeuren.
Anderzijds vallen dergelijke virtuele  gemeenschappen ook te bezien als aparte en zeker in als een andere soort gemeenschap. Dit omwille van bepaalde aspecten die zo verschillende zijn van de gemeenschap gelijk we die kenden vroeger. Zo zijn de relaties veel onpersoonlijker, zijn de sociale grenzen zo goed als helemaal vervaagd en heersen er andere soort normen en waarden. (onderbouwen via onderzoek). Mensen verkrijgen via deze weg een breder netwerk van contacten maar tegelijker tijd is er het idee des te breder is des te onpersoonlijker.
Mensen komen vaak enkel buiten als het functioneel is (Vb. Boodschappen, verplichtingen, werk, etc.) en als ze hun passie willen delen + als ze daar de kans toe achten op een bepaalde ‘plaats’ dat hen aanspreekt.

·      Doel 1: Gepassioneerde mensen vinden die zich willen engageren.
·      Doel 2: Setting uitdenken waarin deze moeten werken.

Ruimte/ infrastructuur geven is niet voldoende.

Het is niet de bedoeling enkel in te spelen op de interesses maar alles te gebruiken dat enigsinds als het raakpuntkan fungeren bij hun interesse.
Zo moeten hiphoppers niet enkel in aanraking komen met hiphop maar met alle mogelijk dansen. Ze moeten leren opstaan tot. Het gaat erom een bepaalde houding te creëeren bij deze jongeren die hen aanzet om iets van hun leven te maken.

Hoe hen samenkrijgen?
We moeten jongeren gaan opzoeken op straat, op plaatsen waar ze het niet verwachten. Er moet een soort van shock effect gecreërd worden dat de jongeren nieuwsgierig maakt. Ze moeten getriggert worden op verschillende manieren, gebruik makend van de manier van en samenwerkend met kunstenaars. We moeten iets gebruiken dat hen inspireert (filmpje, muziek, dans, etc.) Ik denk dan in eerste instantie  bijvoorbeeld aan een samenkomst op straat in bijvoorbeeld elke dinsdag- en donderdagmiddag op het stadsplein of aan de schoolpoort. Ze moeten zien dat degene wat hen willen bij elkaar krijgen zelf gepassioneerd zijn. 



Hoe zien we de relaties die er vandaag de dag binnen de community heersen?
Ook onze relaties veranderen. Zoals hierboven al aangehaald wordt het network voor velen steeds breder maar tegelijk ook onpersoonlijker. Waar je vroeger Jantje van de Bakker had is het vandaag Liesje met 2000 vrienden op facebook. Door de multiculturalisering en de processen die daarrond hangen zijn vele van onze relaties vandaag oppervlakkiger geworden, en dit is ook het geval binnen de community. Mensen offeren minder op om deel te nemen hieraan en hebben vaak constant hun eigen project in het achterhoofd. Dit zorgt er voor dat mensen zich vaak niet 100% engageren, ze nemen weld eel en vinden het tod maar op het moment dat hun eigen project in gedrang komt zet men een stapje terug. We leven vandaag dan ook in een ander soort community, mogelijk te benoemen als de ‘.. community’. Of we de relaties die we 10-20j terug hadden met verschillende leden van de gemeenschap terug kunnen benaderen is maar de vraag? Volgens mij zal de samenleving nooit meer dezelfde zijn en ligt de taak van de pedagoog erin gemeenschap te herschapen, te bekomen en de teloorgang van de gemeenschap zoveel als mogelijk af te remmen.


Kernwoorden:
Op straat
Passie
Jongeren

Elementen:
On stage
Stage verplaatsen
Respect geven
Triggeren om hen te motiveren.
Virtueel


(Voor de lezers: deze tekst is geschreven als uitleg van wat mij idee was over datgene wat er schort in Genk, naar mijn vriendin toe. Dit om mezelf in te schatten of een buitenstaander hij zou begrijpen. Vandaar het schrijven naar de lezer toe.)

maandag 28 november 2011

Participatieve methoden


Participatieve technieken

1. Groepswerk over buurtvaderschap – Els van den Buys
Waarom?
Mijn doelgroep zijn de jongeren

Opvallende uistpraken?
“De jongeren hebben het niet gemakkelijk. Zij worden overal weggejaagd. Wij doen dat niet. We spreken hen aan en halen hen naar binnen. De jongens zijn dat niet gewoon. Dat is nieuw voor hen.”
“Waarom het met Turkse en Marokkaanse jongens vaak misloopt is omwille van verschillende opinies.” (die een visie hebben op hoe te leven)

“Vijf keer per dag bidden is totaal geen probleem, maar kinderen stimuleren om naar school te gaan, dát is er te veel aan.”
Er moet een mentaliteitsverandering plaatsvinden bij veel ouders, vinden de buurtvaders. Zie ook artikel Genk met negatieve evaluatie ouders.
“Kinderen merken heel snel of ouders belang hechten aan onderwijs en zullen dit dan zelf ook belangrijk gaan vinden.”
“Sommige jongens komen van Turkije naar hier, volgen zes maanden taallessen en ze hebben werk. Onze jongeren zijn hier geboren en tóch hebben ze geen werk. ”
“Je moet je niet moeien, Marokkaanse ouders nemen dat niet” en “Opvoedingszaken moeten binnenshuis blijven”. (= Problematisch voor volkshogeschool)
“Als ik een Marokkaanse jongen aanspreek, dan luistert hij, want ik ken zijn vader. De Turkse jongeren luisteren niet naar ons, we kennen hun vaders ook niet.”
Marokkaanse jongeren worden op weinig plaatsen voor vol aanzien. Ze vechten tegen een negatieve beeldvorming op school en in de wijdere omgeving. Maar ook thuis worden ze „klein gehouden.
De jongere buurtvaders hebben een grotere kennis van de leefwereld van de jongeren. Zij zien een verband tussen enerzijds het gebrek aan respect dat jongeren zelf ervaren thuis en daarbuiten en anderzijds de overlast die jongeren veroorzaken buiten het gezin en de school.
Respect moet je verdienen, door eerst zelf respect te geven aan de jongeren.
“Als ik achteraf terugkijk naar de weg die we hebben afgelegd met de vaders, dan wordt me steeds duidelijker dat ik als begeleider heb onderschat dat de verschillen waarop ik botste zo gevoelig lagen” (o.a. oudere vs jongere generaties)
“Je moet ouders aanspreken vanuit bezorgdheid, het is belangrijk dat ouders voelen dat je met hen meeleeft. Zo gaan ze je aanvaarden en gaan ze sneller informatie van je aannemen. Als je ouders aanspreekt, moet je dit altijd één op één doen. Je moet hen ook de zekerheid geven dat de informatie niet verspreid wordt.”
 Een benadering waarin dialoog voorop staat! (Zie verder)
“Een werkpunt voor de toekomst is het inzetten van de verschillen op een constructieve manier: het gaat immers om een wijk met verschillende jongerengroepen die gebaat zijn met een verschillende aanpak. Er moet dus werk gemaakt worden van diversiteit en niet van uniformiteit in aanpak binnen de vadergroep.”
Wat neem ik mee?
Ik vertrek naar Genk en ik neem mee:
        Dat bij het lezen van het artikel in de Genkenaar er volgens mij grote gelijkenissen zijn tussen Meuleberg en Genk. Misschien dat het in Genk wel niet zo extreem is. Ook hier geven de jongeren aan dat ze niet voldoende ondersteunt worden en dat er te weinig respect is voor de jongerencultuur. Aangezien de regel is respect krijgen = respect geveen en andersom, kan dit dus wel voor problemen zorgen. De jongeren geven stevens aan dat het stadscentrum niet aantrekkelijk genoeg is. Dit vind ik wel een opmerkelijke bevinding aangezien er voor de jongeren zeer veel verschillende instellingen (jeugdhuizen, etc.) zijn opgericht waar tijdens ons verblijf zeer weinig volk aanwezig was. Er wordt als advies aangegeven meer de noden van de jongeren te voorzien. Dit neem ik persoonlijk met een korrel zout als ik deze bevinding vergelijk met datgene wat ik gezien heb, maar het geef toch weer aan dat niet iedereen zich thuis voelt binnen deze stad.
       Dat het niet eenvoudig gaat zijn om deze jongeren aan te spreken rechtstreeks, want ik ‘ken hun vader niet’ en dat ik ga moeten gebruik maken van een ‘vertrouwd’ of aanlokkelijk medium.
       Het zou misschien goed zijn een code uit te werken
       Dat er een spanning is tussen de oude en jongere generaties
       Verschil positief benaderen (ook gehaald uit de sessie van participatie), respect tonen.
-> de eerste stap is een manier uitdenken waarop de jongeren benaderd kunnen worden.
       Eventueel in een verder stadium met ‘teambuildingactiviteiten’ werken.
       Uit sessie maandag systeemtheorie: analyse op juiste niveau maken: niet altijd denken in termen van
     individuen, ook groter systeem kan fout zijn en in dit geval is het de volledige Genkse gedachtengang (ouders!)
       Erkenning geven aan de inspanningen die de persoon doet.
      Er moet bepaalde sfeer gecreeërd worden.
      Leven de genkse jongeren via bepaalde systeemregels? Hoe zetten ze deze om online? Denk maar aan de taal (méh), kledij (petjes)
=> Uit mijn analyse die ik aan het maken ben van Genk bleek dat jongeren in genk zich op verschillende manieren  trachten ‘on stage’ te zetten, misschien net omdat ze te weinig erkenning krijgen o.a. van hun ouders, van de samenleving, etc. Het virtuele is daar een belangrijke ondersteuning in omdat dit vandaag de dag zeer eenvoudig gaat. Dit is dan ook zeer aantrekkelijk voor hen. Er zal eindelijk iemand ‘om’kijken naar hen. Ze voelen zich misschien soort van uitschot. Dit lees je ook in de tekst van van den Buys. Door in de eerste plaats hen te benaderen met respect en begrip voor hun situatie, door te erkennen kan er dan een positieve verandering bekomen worden. De erkenning zou dus ook op een of andere manier in ‘real life’ bekomen moeten worden. Dit is de eerste belangrijke stap die gezet dient te worden.  
Belangrijke vraag vandaag: Hoe, in tijd waar individuen centraal worden gesteld, gemeenschap terug trachten centraal te stellen?
Identiteitstheorie: hoe kom ik over? Wat denkt de ander van mij in de maatschappij? (openbare erkenning). Hoe de genkse jongeren erkennen? Ze moeten voelen dat ze gewaardeerd worden en dan pas kan er gewerkt worden aan bepaalde zaken.
Ze hangen misschien niet meer op straat gelijk enkele jaren gelden maar zijn nu vooral virtueel actief en trachten nu via deze weg gezien te worden.
Besluit: Probleem ligt dus op zeer veel vlakken in Genk namelijk, de band tussen de ouderen en de jongeren, de maatschappelijke benadering van het individu, het virtuele dat steeds meer aanwezig is, etc.
2. De inhoud van de tekst ‘EEN BREEDHOEKLENS OP WEERSTAND IN GROEPEN’, kan pas toegepast worden nadat het hierboven besproken process heeft plaats gevonden.
3. Converseren als opgave – Luc van den berge
Aanvullen

Short Notes ontwerp: Muziek: vb geen hiphop maar klassieke muziek dus ze verheffen op muzikaal vlak en van daaruit naar andere vlakken. Ze doen beseffen dat niet door belachelijk te doen maar door bepaalde andere zaken te doen, die bv niet enevoudig zijn, maar door te werken, erkenning te krijgen.

Voorbeeldfiguur die gepassioneerd is. Dit zijn de mensen die gevonden moeten worden.

Film: Take the lead ‘by taking the step’ – Liz Friedlaner (written by Dian Houston).

Ron clark story – the triumph.

De straat op in de zin van haal ze achter hun computer uit. (letterlijk was er niemadn op straat in Genk) Hoe? Via school want schoolplicht? Reclame via sociale media?
Reclame aan de schoolpoort bij wijze van spreken om half 4 als  trigger/shock zodat ze komen kijken en hen dan een voorbeeld laten zien via iets dat hun interesse wekt.

De lat niet gelijk met de grond maar net hoger dat de jongeren iets hebben om naar te striven maar ze er da nook erkenning voor geven en niet zomaar doen alsof het de normaalste zaak van de wereld is.

Gelijk Meneer St-Germain zei in een van zij nummers (Rose Rouge):

I want you to get together
Put your hands together one time!

maandag 14 november 2011

Tussentijdse evaluatie


1. Wat is voor mij Genk? Hoe ver sta ik in mijn nadenken?
Genk is voor mij een dubbelzinnig vreemd gegeven. Het is een ‘stad’ die mij enigzins bekend leek te zijn maar door deze te onderzoeken is het mij wat vreemd geworden in de zin van dat ik het een vreemde stad vind, anderzijds heb ik Genk ook weer beter leren kennen en is ze mij bekender geworden.
Genk, in mijn ogen, zijn een aantal dorpen die aan elkaar gebonden zijn onder de noemer genk en waar in het midden van dit gebied een kunstmatig centrum gecreeërd is rondom het station.  Het enige wat in mijn ogen Genk tot een echte stad maakt is de hoeveelheid industrie die er aanwezig is. Het is een stad met twee gezichten. Enerzijds verkopen ze zichzelf aan bepaalde kabineten alseen stad die hulp en geld nodig heeft omdat ze nog  altijd terug aan het rechtkrabbelen is na het mijnenfiasco en anderzijds verkopen ze zichzelf, zoals ook op ‘Vlaanderen vakantieland’, als een stad die bruist en leeft als nooit ervoor. Het ergste aan het verhaal is dat in mijn ogen geen van de twee klopt en dat ze de buitenwereld een verkeerd beeld geven.

Maar ik ben verder gaan zoeken na een plotse realisatie dat ik zelfs mijn eigen buren niet kende, stelde ik mij de vraag naar wat voor soort samenleving zijn we geêvolueerd? Is hierbinnen nog wel sprake van gemeenschap of anders gesteld, is dit nog mogelijk?
Enkel bij grote evenementen, bijvoorbeeld bij het spelen van onze  nationale voetbalploeg Of een event als I love techno, lijkt er een soort van solidariteit en gemeenschapgevoel te bestaan onder de aanwezigen. Ook het pukkelpopdrama is daar een mooi voorbeeld van. Maar wat zijn hier dan mogelijk oorzaken of verklaringen van?
Als ik mezelf een beeld tracht te vormen van onze samenleving 50-60 jaar terug, zonder mezelf daar een correct beeld te kunnen van vormen omdat ik er nooit in geleefd heb, denk ik aan een veel landelijkere samenleving waarbinnen iedereen een specifieke functie had binnen het dorp en daarom  gekend was.  Het was een tijd dat voornamelijk mannen zorgden dat er brood op de plak kwam. Zo kenden de meeste mensen binnen een dorpsgemeenschap elkaar nog. Dat is vandaag vaak het geval niet meer.
Er waren tevens verschillende zuilen binnen de maatschappij waarbinnen iedereen zichzelf positioneerde.  Het lijkt wel alsof er vroeger veel meer sprake was van gedeelde, grotere culturen, denk maar aan stereotypen als de arbeiders, de ambetaren, etc. Deze opdeling is vandaag nog moeilijk te maken. Vandaag hebben processen als digitaliseren, multicultiralisereing, ontzuiling etc. de mensen ertoe gebracht dat deze niet meer of nauwelijks  nog buiten komen en daarop op aansluitend dat de mensen weinig of niets meer hebben wat als  een gemeenschappelijk ‘iets’ wordt gezien.  Zo heeft de digitalisering er ons toe gebracht dat we veel achter onze televisie of computer zitten. Multiculticulturalisering daarentegen dat we ons niet meer altijd even veilig voelen op straat.
De grotere gedeelde cultuur waarvan er vroeger volgens mij sprake was is vandaag geevolueerd naar een samenleving van teveel subculturen.
Als je dan kijkt naar de plaatsen/ momenten waarop mensen wel nog samenkomen zie je dat dat het geval is wanneer er grootschalig cultureel evenement plaats vind of wanneer er iets gebeurt dat de samenleving heeft geshockt/geraakt. Het zijn momenten waarop mensen een gemeenschappelijk nood voelen, een nood tot feesten (ilovetechno), een nood tot gezamelijke rauw (drama van Pukkelpop).  Voor de rest zijn mensen vooral bezig met het verwezelijken van een eigen levensproject. De economische ingesteldheid die bij veel mensen vandaag de dag aanwezig is, waarbinnen je termen als levenslang leren, flexibiliteit etc. kan plaatsen, zorgt ervoor dat mensen zeer veel tijd steken in de verwezelijking van hun eigen project en de belang voor gemeenschap op de achtergrond hebben geplaatst.
Op dit moment stel ik mij de vraag of het nog wel mogelijk is om meer gemeenschap te creeeren maar ik blijf zoeken naar iets dat er voor zorgt dat er meer gemeenschap gecreeert wordt als dat we nu hebben of allesinds ‘iets’ dat de processen van individualisering en terugtrekking binnenshuis tegen gaat.
Als ik dit dan koppel aan mijn taak als pedagoog, zie ik dit als nadenken over de gemeenschap waar we nu in zitten, nadenken over een ‘betere gemeenschap’ in de toekomst en nadenken over de dingen die een goede gemeeschap in de weg staan en trachten aan te pakken zodat deze verbeteren. Heel belangrijk is het geheel te overzien en te kijken naar welke processen allemaal spelen vandaag de dag.
Als we dit in ons achterhoofd houden bij het nadenken over een volkshogeschool, en in mijn geval specifiek voor jongeren, komt het er dus abstract gezegd op aan om een gemeenschappelijke nood te creeëren, een gemeenschappelijk iets dat de mensen in beweging zet. Dit ‘iets’ moet niet iets zijn dat rechtstreeks van ieder op zich een interesse wekt, maar iets dat de mensen aanzet tot nieuwsgierigheid naar het gevoel naar, het weten wat iets is, etc.  Het moet ook gaan om iets volksverheffend maar wat is dit ‘iets volksverheffend’?  Hier ben ik nog niet helemaal uit. Het is allesinds iets met cultuur maar hoe of wat?

2. Wat heb ik ondertussen gelezen, bekeken, onderzocht, opgezocht?
Alle teksten en lessen die aanbod zijn gekomen bij thema’s en kwesties, zoals Esposito, etc. Ik heb getracht al deze teksten te linken aan datgene waar we mee bezig zijn in Genk. Om een zicht te krijgen op alle activiteiten die betrekking hebben op de jongeren, heb ik me lid gemaakt van alle groepen op facebook die iets te maken hebben met jeugd Genk, bijvoorbeeld Dienst evenementen Genk, Jeugdraad Genk, etc. Aangezien er vandaag te spreken valt over twee soorten wereld, de reeële en de virtuele en vooral deze laatste bij de jeugd in trek ligt, wil ik hier een beter beeld op krijgen.
Een tweede iets waar ik mee bezig ben is het analyseren van songs, song-teksten en alle mogelijk manier waarmee genkse jongeren zich 'on stage' willen zetten. Ik wil eventueel inventaris maken van de regio's waaruit deze tracks, etc afkomstig zijn. Het overkoepelende doel hierbij is het proberen verkrijgen van een beeld van het virtueel network  van Genk.

3. Wat ben ik nog van plan om te doen?
* Bovenstaande elementen nog verder uitvoeren.
* Verder ben ik op zoek naar manieren om 'cultuur op straat te brengen'. Hiervoor gebruik ik de les van Zinneke parade als startpunt van de analyse. Maar ik stel mij hier vragen wij want zinneke zie ik al seen tijdelijk gemeenschap en stel me de vraag of het daadwerkelijk werkt.
Tevens ga ik een gesprek aangaan met de vader van Jeroen grauwels, die zelf in Winterslag woont en daar als straathoekwerker actief is.
* Verder ga ik trachten door te schrijven over alle mogelijke methoden om jongeren op straat te krijgen, van straathoekwerk tot bureauwerk, te komen tot een mogelijke oplossing.  Onderzoek als werken aan de tekst, het schrijven, het denken en neerpennen.
* Tot slot ben ik ook zeer benieuwd naar het cultuurbeleid dat in Genk gehanteerd wordt. Ik vraag mij af of er wel voldoende initiatieven zijn om het volk te verheffen, er is nu wel een mooi bibliotheek maar zijn er ook daadwerklijke bepaalde cursussen etc?  Ik wil iets doen door en voor het volk, op deze manier wordt er veel meer een gemeenschapsgevoel gecreëerd bij de mensen die hier aan deelnemen, dat toch verheft en aanspreekt zonder dat ze het per se kennen of vertrouwd mee zijn.

Uit het Dr. Guislain museum heb ik meegenomen dat door te shocken, mensen bewust gemaakt kunnen worden van situatie waarin ze leven. Zo kwam ik tot het besluit hoe goed het hier in het westen vaak toch maar niet is. Ik denk dat door het aspect van 'shocken' te verwerken in het model van de volkshogeschool je mensen bewust kan maken van het feit dat de gemeenschap helemaal verloren is gegaan. Je moet ze volgens mij met de neus op de feiten drukken, hen op een bepaalde manier laten inzien hoe de maatschappij  geëvolueerd is. Zorgen dat ze zichzelf de vraag stellen of die wel de manier is waarop ze willen samenleven, hen tot besef doen komen. Dit wil ik ook in Genk doen op een of andere manier maar ik ben er nog niet uit hoe.

4. Zou het zinvol zijn om een organisatie aan te spreken?
In mijn ogen niet want één specifieke organisatie kan dit niet oplossen. Het gaat verder als dat. Als we mensen willen bewegen moet er iets groter gebeuren maar hoe?