1. Wat is voor mij Genk? Hoe ver sta ik in mijn nadenken?
Genk is voor mij een dubbelzinnig vreemd gegeven. Het is een ‘stad’ die mij enigzins bekend leek te zijn maar door deze te onderzoeken is het mij wat vreemd geworden in de zin van dat ik het een vreemde stad vind, anderzijds heb ik Genk ook weer beter leren kennen en is ze mij bekender geworden.
Genk, in mijn ogen, zijn een aantal dorpen die aan elkaar gebonden zijn onder de noemer genk en waar in het midden van dit gebied een kunstmatig centrum gecreeërd is rondom het station. Het enige wat in mijn ogen Genk tot een echte stad maakt is de hoeveelheid industrie die er aanwezig is. Het is een stad met twee gezichten. Enerzijds verkopen ze zichzelf aan bepaalde kabineten alseen stad die hulp en geld nodig heeft omdat ze nog altijd terug aan het rechtkrabbelen is na het mijnenfiasco en anderzijds verkopen ze zichzelf, zoals ook op ‘Vlaanderen vakantieland’, als een stad die bruist en leeft als nooit ervoor. Het ergste aan het verhaal is dat in mijn ogen geen van de twee klopt en dat ze de buitenwereld een verkeerd beeld geven.
Maar ik ben verder gaan zoeken na een plotse realisatie dat ik zelfs mijn eigen buren niet kende, stelde ik mij de vraag naar wat voor soort samenleving zijn we geêvolueerd? Is hierbinnen nog wel sprake van gemeenschap of anders gesteld, is dit nog mogelijk?
Enkel bij grote evenementen, bijvoorbeeld bij het spelen van onze nationale voetbalploeg Of een event als I love techno, lijkt er een soort van solidariteit en gemeenschapgevoel te bestaan onder de aanwezigen. Ook het pukkelpopdrama is daar een mooi voorbeeld van. Maar wat zijn hier dan mogelijk oorzaken of verklaringen van?
Als ik mezelf een beeld tracht te vormen van onze samenleving 50-60 jaar terug, zonder mezelf daar een correct beeld te kunnen van vormen omdat ik er nooit in geleefd heb, denk ik aan een veel landelijkere samenleving waarbinnen iedereen een specifieke functie had binnen het dorp en daarom gekend was. Het was een tijd dat voornamelijk mannen zorgden dat er brood op de plak kwam. Zo kenden de meeste mensen binnen een dorpsgemeenschap elkaar nog. Dat is vandaag vaak het geval niet meer.
Er waren tevens verschillende zuilen binnen de maatschappij waarbinnen iedereen zichzelf positioneerde. Het lijkt wel alsof er vroeger veel meer sprake was van gedeelde, grotere culturen, denk maar aan stereotypen als de arbeiders, de ambetaren, etc. Deze opdeling is vandaag nog moeilijk te maken. Vandaag hebben processen als digitaliseren, multicultiralisereing, ontzuiling etc. de mensen ertoe gebracht dat deze niet meer of nauwelijks nog buiten komen en daarop op aansluitend dat de mensen weinig of niets meer hebben wat als een gemeenschappelijk ‘iets’ wordt gezien. Zo heeft de digitalisering er ons toe gebracht dat we veel achter onze televisie of computer zitten. Multiculticulturalisering daarentegen dat we ons niet meer altijd even veilig voelen op straat.
De grotere gedeelde cultuur waarvan er vroeger volgens mij sprake was is vandaag geevolueerd naar een samenleving van teveel subculturen.
Als je dan kijkt naar de plaatsen/ momenten waarop mensen wel nog samenkomen zie je dat dat het geval is wanneer er grootschalig cultureel evenement plaats vind of wanneer er iets gebeurt dat de samenleving heeft geshockt/geraakt. Het zijn momenten waarop mensen een gemeenschappelijk nood voelen, een nood tot feesten (ilovetechno), een nood tot gezamelijke rauw (drama van Pukkelpop). Voor de rest zijn mensen vooral bezig met het verwezelijken van een eigen levensproject. De economische ingesteldheid die bij veel mensen vandaag de dag aanwezig is, waarbinnen je termen als levenslang leren, flexibiliteit etc. kan plaatsen, zorgt ervoor dat mensen zeer veel tijd steken in de verwezelijking van hun eigen project en de belang voor gemeenschap op de achtergrond hebben geplaatst.
Op dit moment stel ik mij de vraag of het nog wel mogelijk is om meer gemeenschap te creeeren maar ik blijf zoeken naar iets dat er voor zorgt dat er meer gemeenschap gecreeert wordt als dat we nu hebben of allesinds ‘iets’ dat de processen van individualisering en terugtrekking binnenshuis tegen gaat.
Als ik dit dan koppel aan mijn taak als pedagoog, zie ik dit als nadenken over de gemeenschap waar we nu in zitten, nadenken over een ‘betere gemeenschap’ in de toekomst en nadenken over de dingen die een goede gemeeschap in de weg staan en trachten aan te pakken zodat deze verbeteren. Heel belangrijk is het geheel te overzien en te kijken naar welke processen allemaal spelen vandaag de dag.
Als we dit in ons achterhoofd houden bij het nadenken over een volkshogeschool, en in mijn geval specifiek voor jongeren, komt het er dus abstract gezegd op aan om een gemeenschappelijke nood te creeëren, een gemeenschappelijk iets dat de mensen in beweging zet. Dit ‘iets’ moet niet iets zijn dat rechtstreeks van ieder op zich een interesse wekt, maar iets dat de mensen aanzet tot nieuwsgierigheid naar het gevoel naar, het weten wat iets is, etc. Het moet ook gaan om iets volksverheffend maar wat is dit ‘iets volksverheffend’? Hier ben ik nog niet helemaal uit. Het is allesinds iets met cultuur maar hoe of wat?
2. Wat heb ik ondertussen gelezen, bekeken, onderzocht, opgezocht?
Alle teksten en lessen die aanbod zijn gekomen bij thema’s en kwesties, zoals Esposito, etc. Ik heb getracht al deze teksten te linken aan datgene waar we mee bezig zijn in Genk. Om een zicht te krijgen op alle activiteiten die betrekking hebben op de jongeren, heb ik me lid gemaakt van alle groepen op facebook die iets te maken hebben met jeugd Genk, bijvoorbeeld Dienst evenementen Genk, Jeugdraad Genk, etc. Aangezien er vandaag te spreken valt over twee soorten wereld, de reeële en de virtuele en vooral deze laatste bij de jeugd in trek ligt, wil ik hier een beter beeld op krijgen.
Een tweede iets waar ik mee bezig ben is het analyseren van songs, song-teksten en alle mogelijk manier waarmee genkse jongeren zich 'on stage' willen zetten. Ik wil eventueel inventaris maken van de regio's waaruit deze tracks, etc afkomstig zijn. Het overkoepelende doel hierbij is het proberen verkrijgen van een beeld van het virtueel network van Genk.
3. Wat ben ik nog van plan om te doen?
* Bovenstaande elementen nog verder uitvoeren.
* Verder ben ik op zoek naar manieren om 'cultuur op straat te brengen'. Hiervoor gebruik ik de les van Zinneke parade als startpunt van de analyse. Maar ik stel mij hier vragen wij want zinneke zie ik al seen tijdelijk gemeenschap en stel me de vraag of het daadwerkelijk werkt.
Tevens ga ik een gesprek aangaan met de vader van Jeroen grauwels, die zelf in Winterslag woont en daar als straathoekwerker actief is.
* Verder ga ik trachten door te schrijven over alle mogelijke methoden om jongeren op straat te krijgen, van straathoekwerk tot bureauwerk, te komen tot een mogelijke oplossing. Onderzoek als werken aan de tekst, het schrijven, het denken en neerpennen.
* Tot slot ben ik ook zeer benieuwd naar het cultuurbeleid dat in Genk gehanteerd wordt. Ik vraag mij af of er wel voldoende initiatieven zijn om het volk te verheffen, er is nu wel een mooi bibliotheek maar zijn er ook daadwerklijke bepaalde cursussen etc? Ik wil iets doen door en voor het volk, op deze manier wordt er veel meer een gemeenschapsgevoel gecreëerd bij de mensen die hier aan deelnemen, dat toch verheft en aanspreekt zonder dat ze het per se kennen of vertrouwd mee zijn.
Uit het Dr. Guislain museum heb ik meegenomen dat door te shocken, mensen bewust gemaakt kunnen worden van situatie waarin ze leven. Zo kwam ik tot het besluit hoe goed het hier in het westen vaak toch maar niet is. Ik denk dat door het aspect van 'shocken' te verwerken in het model van de volkshogeschool je mensen bewust kan maken van het feit dat de gemeenschap helemaal verloren is gegaan. Je moet ze volgens mij met de neus op de feiten drukken, hen op een bepaalde manier laten inzien hoe de maatschappij geëvolueerd is. Zorgen dat ze zichzelf de vraag stellen of die wel de manier is waarop ze willen samenleven, hen tot besef doen komen. Dit wil ik ook in Genk doen op een of andere manier maar ik ben er nog niet uit hoe.
4. Zou het zinvol zijn om een organisatie aan te spreken?
In mijn ogen niet want één specifieke organisatie kan dit niet oplossen. Het gaat verder als dat. Als we mensen willen bewegen moet er iets groter gebeuren maar hoe?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten