maandag 17 oktober 2011

Eerste aanzet ‘volkshuis’

Deel 1: Het 'mobiele' aspect
'Als jongeren niet naar de instellingen komen, werkt het misschien wel als de instellingen naar de jongeren toe gaan, de straat op.'

Dit is het uitgangspunt waaruit ik wil vertrekken. 
Zoals we hebben kunnen zien in Genk is er vere van een tekort aan openbare plaatsen 
waar er mogelijkheden zijn om samen te komen. Als het niet werkt om jongeren naar daar te lokken moeten we misschien zelf de straat op gaan.
Het idee is gebaseerd op het succes van de ‘mobiele school’ van Arnout Raskin in Zuid-Amerika.

Het mobiele heeft twee voordelen. Eerst en vooral  het geld dat er in wordt gestoken functioneert op een veel dynamischere manier en zit niet vast aan één bepaalde plaats. Ten tweede heb je de mogelijkheid om op die manier meer volk te bereiken.
In eerste instantie heb ik gedacht mij te richten op het Jongeren-publiek maar doorheen mij denkproces kan het wel zijn dat ik mij ook wil richten op het oudere publiek. In 'de genkenaar' las ik dat de jeugd de ouderen een negatieve beoordeling gaven o.a. omdat de ouderen de jeugdculturen etc niet genoeg accepteerden. ik denk dus ook wel dat er zich hier een problematisch aspect bevind. 
De uitwerking ervan zou ik doen aan de hand van workshops. 

Ik tracht niet te vertrekken vanuit de interesse van de jongeren zelf maar net op zoek te gaan datgene wat interesse trekt, naar iets dat niet voor de hand ligt maar toch aantrekt. Een mogelijk methode die ik hierbij zou kunnen gebruiken is door geburik te maken van het schok-effect dat kunstenaars soms gebruiken, maar dan in mindere mate schrikwekkend maar eerder interesse-wekkend.  De inspiratie hierbij haal ik o.a. uit de tekst van Biesta 'The community those who have nothing in common'. 
Ik wil hierbij vertrouwenspersonen trachten te betrekken maar over de manier waarop ben ik nog niet uit.

Op het eerste zicht zou ik trachten uit het centrum weg te blijven en deze 'workshops' te laten plaatsvinden in de gebieden rond het 'stationscentrum' zoals waterschei & winterslag omdat ik het gevoel heb dat er hier veel mee bedrijvigheid is. 

Om de mensen te mobiliseren zou ik gebruik maken van verschillende media;
Mensen zou gemobiliseerd kunnen worden op facebook, via facebookgroepen, een website, etc. Het is volgens mij zeer belangrijk het virtuele aspect hierin te betrekken.
Wat volgens mij belangrijk is is het niet enkel en alleen overdag te werken maar ook zeker een nachtelijk aspect toe te voegen want ik dat de problemen zich in Genk vooral ‘snachts manifesteren.


Het idee is eigenlijk het volk te verheffen in hun vertrouwde buurt. 
Een belangrijk punt dat ik constant in mijn gedachte moet houden is dat ik enerzijds niet herval in het straathoekwerk en anderzijds niet terug beland bij het idee van een van de zovele instellingen die er al zijn in het Genkse. 




Interesse weken (tekst Biesta The community those who have nothing in common), kunstenaars-stijl, 


Deel 2: Beleidsaspect
Het grote probleem van Genk in mij ogen is dat het zo groot is en dat de verschillende elementen zo verspreid liggen. Zoals ik al vermelde denk ik dat er in de deelgemeentes meer bedrijvigheid is dan in het 'stationscentrum'. De vraag is: hoe los je dit op? 
Verder denk ik ook dat er te weinig volk in het centrum woont en teveel in de deelgebieden rond dit centrum. Hier zou dus op een bepaalde  manier volk naar toe gelokt moeten worden. De winkelgebieden zouden, zoals in de meeste steden, ‘snachts moeten bevolkt worden door de mensen die er wonen, zodat de functionaliteit van dat gebied verhoogd wordt.

Er wordt getracht de stad een zo kalm mogelijk uitzicht te geven maar ik denk dat dit foute instelling is. Je moet er voor zorgen dat een stad leeft. Mensen komen volgens mij ook niet in een stad wonen omdat ze willen dat het er rustig is maar omdat ze van het stadsgevoel houden en dat gevoel mis ik hier heel sterk. 
Je zou dit kunnen doen door een grens af te bakenen waarbinnen enkel nog gebouwd mag worden, enkel en alleen rond het centrum en op die manier de groene rand te behouden.

Er moet ik mijn ogen gesnoeid worden in het aantal voorzieningen dat er nu zijn. Al deze instellingen dienen geëvalueerd te worden en op basis daarvan dient men te beslissen of dit blijft voor bestaan.  Het geld dat op die manier wordt vrij gemaakt kan geïnvesteerd worden in andere delen van Vlaanderen, want je merkt dat er hier te veel geld in nutteloze zaken gestoken wordt. Dit idee moet ik nog verder uitwerken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten